loading

Het liedje

Het liedje komt voorbij. Het doet iets vaags met me. Ik loop meteen als gehypnotiseerd de keuken in en begin vrolijk fluitend de afwas te doen voor m'n vriendin. Wacht even. Dit kan niet de bedoeling zijn. Ik bedoel niet dat er iets mis is met de afwas doen voor je vriendin hoor. Integendeel. Maar waar het me om gaat is dat het wel geheel vanuit jezelf moet komen. En dat kan dan op z'n beurt komen door bijvoorbeeld logisch te redeneren, een bedwelmendonderbuikgevoel of noem maar op. Dat maakt niet zoveel uit. Als het maar helemaal vanuit jezelf komt. Een liedje mag daar in ieder geval nooit en te nimmer de aanleiding voor zijn. Je zal maar geheel tegen je zin in achter je partner door de stad aanzeulen met plastic tassen in je handen die uitpuilen van de net aangeschafte dames-kledingwaren. En dat je op dat kritische moment beseft dat je vrouw of vriendin op hele tactische wijze dit liedje had opgezet vlak voordat ze je meevroeg. Het liedje als revolver op het hoofd van een niet mee-werkende man in een vrouwenwereld overspoeld met libelle zomerweken en tupperware-parties. Als dit klopt dan zou het vanaf dit moment zomaar zo kunnen zijn dat ik in een desastreuze neerwaartse spiraal ben terechtgekomen. Dan stap ik over een paar jaar fluitend met een zakje potgrond uit de Intratuin en ben ik stomverbaasd als mijn vrienden me raar aankijken wanneer ik hartstochtelijk vertel dat het voor mijn zelfgekweekte madeliefjes op het balkon is. Dan is het einde zoek! Allemaal door dit liedje.En toch heb ik mezelf zojuist bijna huppelend naar de keuken terug kunnen vinden om vervolgens op het deuntje van dit onheilspellende liedje de pannetjes en het bestek te laten klingelen. Wie heeft in hemelsnaam het initiatief genomen voor deze kwaadaardige chanson probeer ik me wanhopig te bedenken. Is het een vrouw geweest? Was het een akelige verbitterde wetenschapper? Is er een verband met het koningslied? Is het op mij persoonlijk gemunt? Zitten ze achter me aan? En ondertussen voel ik mezelf langzaam wegzakken in een moeras van kneuterigheid. Een moeras waar een behoorlijk aantal andere burgerlulletjes mij al in voorgingen en waar ze zich nu onbewogen op de bodem vertoeven met een gemaakte glimlach en een keukenschort aan. En ik heb verscheidene goede vrienden in mijn directe omgeving op deze manier zien sneuvelen moet ik daarbij vermelden.

Ik beloof hierbij plechtig dat ik er alles in mijn macht aan zal doen om me hiertegen te verzetten. Mijn gedachten gaan op dit moment uit naar alle waarlijk vrijgevochten authentieke mannenzielen die er nog over zijn. En met hun in mijn achterhoofd heb ik dan ook besloten de titel van het liedje mee te nemen in mijn graf.

Maar verdorie wat is het een lekker liedje zeg..

De Matige Danser

Er is niks mis met een matig dansje. Absoluut niet. Waar het echter moeilijk wordt is een matig dansje gepaard met een bloedserieuze gelaatsuitdrukking die 40 jaar ervaring in de dans-sector suggereert. Daar mag de matige danser zich nimmer
schuldig aan maken. Vind ik..

Koek

Het is dus zo dat ik net bij Waterlooplein loop met een boterhamzakje in me hand met daarin twee overheerlijke stukjes koek net van me oma gekregen op de verjaardag van me neefje en dat er nu een grote man op me afstapt die een beetje verwarde maar sympathieke indruk op me maakt en me de volgende aparte vraagt stelt nadat hij eerst even goed naar mn zakje kijkt: "Hey wat heb je daar bij? Luister ik ben me brood vergeten, mag ik het misschien hebben?" En terwijl ik lichtelijk verbouwereerd me zakje met koek overhandig schieten de volgende 3 dingen door me hoofd.

1 Wat een rotsmoes om mij van m'n koek te ontdoen2 Ik had me heel erg verheugd op die koek3 Dit is eigenlijk best wel grappig

De man bedankt me hartelijk. Ik glimlach en ik loop door. Maar ik ben nog maar nauwelijks de hoek om of ik word bevangen door een pijnlijke leegte als gevolg van het besef dat m'n koek weg is en nooit meer terug komt. Het besef dat er zojuist op zeer gevatte wijze op m'n gevoel is ingespeeld en iemand mij met 1 ridicuul smoesje heeft weten overtuigen dat mijn koek bij hem thuishoort ipv bij mij. Het besef dat zijn wellustige lippen zich binnen de kortste keren om mijn stukken koek heen zullen vouwen als plagerig voorspel op al het eenzijdige genot dat hierop zal volgen.En ik knap. Ik trek het niet meer. Ik loop terug. Ik moet terug! Dus met ferme passen loop ik de hoek weer om en stap op de man af. Vastberaden en met een brandend verlangen om deze situatie recht te trekken benader ik hem. Als hij per se mij mijn koek door de neus wilde boren zal ik hem wel even duidelijk maken wat deze stukjes koek voor mij betekende en dat ik van hem eis dat hij het maar beter de moeite waard kan laten zijn. Maar terwijl ik dit betoog aan het houden ben merk ik aan de zielsgelukkige blik in z'n ogen, zijn bijna verlossende manier van kauwen en het kleine beetje koek dat er nu nog over is in verhouding tot de oorspronkelijke hoeveelheid die ik hem gaf dat mijn zakje koek van m'n oma in geen mogelijk scenario deze avond beter terecht had kunnen komen dan dit.
En toch vind ik t een rotstreek. Klootzak.